Jacob Witkop

Jacob Witkop (Oude Pekela, 23 oktober 1808 - Zutphen, 17 oktober 1879) was een geboren Pekelder predikant.

Biografie

Witkop was een zoon van Laurens Jurjens en Geessien Jacobs. Hij was gehuwd met Johanna Catharina Fockema, dochter van de procureur bij de Regtbank van eersten aanleg in Leeuwarden, Nicolaus Fockema en Theodora Wibbina Aria Adriani uit Leeuwarden.

Witkop studeerde Theologie in Groningen. Hij werd aldaar ingeschreven aan de Universiteit op 15 september 1828 en promoveerde aldaar op 10 september 1864 honoris causa. Witkop was achtereenvolgens predikant in Ankeveen, in Metzlawier c.a., in Stiens en in Zutphen. Hij schreef o.a.: De Evangelische Broedergemeente der Hernhutters in oorsprong, aard en werking beschouwd (Groningen, 1841), Jezus in zijne goddelijkheid of onderzoek naar den aard en de werking van Jezus’ bewustheid ziiner hoogere natuur: eene bijdrage tot de kennis van onzen Heer (Groningen, 1845), Het Christenrijk op aarde (Zutfen, 1949), Voorlezingen over het wezen des christendoms, 3 dln, (‘s-Hertogenbosch en Zutfen, 1854-‘57). Verder nog verhandelingen en recensiën in Waarheid in Liefde, Tijdspiegel, Brood des Levens, enz.1)

1) Bron: o.a. Nieuwe Nederlands Biografisch Woordenboek.

Eigen Gereedschappen