Het onderwijs tot 1811

Toen de eerste kerk in Pekela werd gevestigd, deed ook een koster, tevens schoolmeester zijn intrede in de kolonie. In 1643 begon deze Willem Willems met het onderricht in het tegenwoordige Oude Pekela. In Boven Pekela kreeg de schoolmeester in 1686 toestemming voor de bouw en het onderhoud van zijn school. Schoolmeester H. Jansen Mulder hanteerde er plak en roede in een lokaaltje bij de toren. Toen er later een andere school in de gemeente bij kwam, sprak men van de hoofdschool en in officiële stukken vaak de school in wijk C. De schoolmeesters waren in die tijd gebonden aan de uniforme regeling van de stad Groningen en stonden onder toezicht van de (plaatselijke) kerkvoogdij. Het was in 1749 dat een aantal ouders een particuliere school wilde stichten. Zij vonden de afstand voor hun kinderen naar de school van meester Houwink in Oude Pekela en naar de school van meester Ringels in Nieuwe Pekela te ver. Zo ontstond op de grens van beide kerspelen de Gemeenschappelijke School, die omstreeks 1913 weer werd opgeheven. In 1783 richtte schoolmeester A.E. Kuiper, voor eigen rekening, iets boven de tegenwoordige Doorsnee, een particuliere school op, bekend als de school in wijk F. Zo gingen de beide Pekela’s met vier scholen de 19e eeuw in:

  • de hoofdschool in Oude Pekela met als hoofdonderwijzer de bekende Hendrik Wester (1783-1802) met 200 tot 300 leerlingen;
  • de school bij het middelste verlaat (de Gemeenschappelijke School) met 120 tot 180 leerlingen;
  • de hoofdschool in Nieuwe Pekela, met als hoofdonderwijzer J. Riensema (1789-1806) met 50 tot 120 leerlingen;
  • de school even boven Doorsnee met als hoofdonderwijzer W. Boeijing met 60 tot 110 leerlingen.

Eigen Gereedschappen