Rooms-Katholieke kerk

  • 16 juni 1783 — ‘Poincten en Articulen op welke door de H. Heeren Burgemeesteren ende Raad der Stad Groningen, ingevolge RaadsResolutie de dato den 13 febr. 1783, is geaccordeerd te bouwen een Roomsche kerk en ingevolge nadere Resolutie de dato den 6 Junij daaraanvolgende op no. 18 en halv no. 19 in de Beneden Pekel A tusschen het eerste en middelste verlaat.
  1. Dat de behuisinge welke tot een kerk zal dienen op dezelvde steede en distantie van de vaart zal worden gebouwt, alwaar de Roomschen bevorens hebben begonnen te bouwen.
  2. Dat het woonhuis voor den pastoor na de weg, en voor, en aan de kerk zal worden geplaatst.
  3. Dat gemelde behuisinge, tot een kerk zullende dienen, van buiten zal worden gemaakt, als een particulier huis, zonder eenig vertoon van buiten, hetwelk na een kerk gelijkt.
  4. Dat gemelte behuisinge tot een kerk dienende, niet zal mogen worden vergroot, zonder verzogte en verleende permissie van de H: Heeren Burgemeesteren ende Raad.
  5. Dat de Godsdienstoeffening één uur vroeger of laater zal beginnen en eindigen, als bij de gereformeerde [hervormde] gebruikelijk is.
  6. Dat er zorge zal worden gedragen dat het onderhoud voor den Pastoor, invoegen bij handschrift in dato den 24 Maart 1783 is beloofd, aan den zelven prompt werde voldaan.
  7. Dat de Armen der Roomsgezinde behoorlijk onderstand genieten.
  8. Dat de Pastoor alleenlijk zal mogen worden beroepen uit de Ordre der Werelds Heeren, en die beroepinge geapprobeerd door de H. Heeren Burgemeesteren ende Raad op dezelve voet, als in de Stad gebruikelijk is.
  9. Dat ook geen Cappelaan zal mogen worden aangesteld, als op verzogte en verleende permissie, als boven.
  10. Dat bij de Roomsch Gezinde aangekogte vaste goederen tot deese kerk of diens onderhoud gedestineerd, of die vervolgens aangekogt, ofte geacquiteerd worden, ten comptoire van de Rentemeester der Veenen zullen worden aangegeeven, en dat daarvan alle twintig jaaren, de twintigste penning zal worden betaald.
  11. Dat de Pastoor in geene priesterlijke kleeding nog gewaad, waar in gewoon is, dienst te doen, in het openbaar zal mogen verschijnen, of eenige kerkceremonie verrigten, of vertoonen iets, het welk tot de Roomsche Godsdienstoeffening behoord.
  12. Dat deselve geene Bedelmonnikken die koomen aalmoesen te versamelen zal mogen herbergen.
  13. Dat de Roomschgezinde zich zodanig zullen gedragen, dat aan de Protestanten geen aanstoot werde gegeeven, nog eenigsints overtreden, of te buiten gegaan de Resolutien en Placcaaten bij Hun Hoog Mogende, de Heeren Staaten deezer Provincie, of bij de H: Heeren Burgemeesteren en Raad opzichtelijk gepermitteerde Roomsche kerken genomen en geëmaneerd, welker alle voor zo verre bij deesen niet duidelijk mogten zijn veranderd, in volle kragt zullen verblijven.
  14. Dat deeze vergunning zal zijn bij provisie of tot wederzegging toe, en wel onder die voorwaarde, dat alles conform de bovenstaande poincten en Articulen of nog te geevene Ordres zal worden volbragt, bij poena van verlies der gratie, en dadelijke remotie.’
  • Op 31 juli 1783 wordt in Oude Pekela de eerste steen gelegd voor de bouw van een r.k. kerk.
  • Bij het 150-jarig bestaan in 1933 - ‘Omstreeks de helft van de 18e eeuw was hier nergens in de naaste omtrek een Rooms-Katholieke kerk. Het dichtst bij zijnde gebouw en het ressort waaronder dan ook al de Rooms-Katholieken van deze omtrek behoorden, ook geheel Westerwolde viel hieronder, moest naar de kerk te ‘Kleinemeer’. Dit was natuurlijk een grote reis en vaak bij slecht weer niet te doen. Daarom werden dan ook verschillende pogingen gedaan om hier een r.k. kerk te stichten, maar steeds werd men tegengewerkt door de raad van Groningen. Ook werden verzoekschriften gezonden naar de Staten-Generaal, zo ook in het jaar 1773 en werd ook een verzoekschrift Prins Willem aangeboden, doch ook dit alles zonder resultaat. Toch liet men de moed niet zakken. En zowaar in het jaar 1783 kreeg men permissie om een gebouw te stichten. Van kerk werd niet gesproken; voorschrift was nog, dat het gebouw ‘achteraf’ moest gebouwd worden en dat het een aanzien kreeg als een ‘schuur’. De eerste steen voor deze kerk werd gelegd op 31 juli 1783 en het bouwen ging toen zo vlug, dat reeds op 7 november daaropvolgende de eerste H. Mis in de kerk kon worden opgedragen. Deze kerk (‘schuur’) werd in het jaar 1845 verbouwd tot meer een kerk, nieuwe ramen etc. De parochie werd bij de jaren groter en zo verrees dan eerst de R.K. kerk te Winschoten er bij en scheidde zich in het jaar 1865 de parochie Nieuwe Pekela van ons af. Niettegenstaande dat rondom ons eveneens nieuwe kerken werden bijgebouwd, mocht toch de parochie zich ook hier in een steeds voortdurende bloei verheugen. De tijden waren anders geworden en besloten werd daarom dan ook, een nieuwe kerk te bouwen, thans aan de openbare straat. Op 21 sept. 1894 is men dan ook met de bouw van de thans mooie kerk met sierlijke hoge toren (65 m.) begonnen, en op 17 december 1895 werd de kerk in gebruik genomen. In de laatste jaren is de kerk steeds meer en meer verfraaid; zo noemen we: de mooie tegels, de kerkbanken, de kostbare gekleurde ramen, electr. licht en thans wordt er nog aan gewerkt om ook de centrale verwarming in orde te krijgen. Deze mooie nieuwe kerk werd gebouwd, toen de Zeereerw. Heer Eekman hier nog pastoor was. Het zielental bedraagt plm. 600.’
  • Bezwaarschrift van de Israëlitische gemeente op 20 april 1893 aan het gemeentebestuur van Oude Pekela wegens te verwachten overlast tijdens godsdienstoefeningen door orgelspel en het luiden van de klok, wanneer binnen een afstand van 200 meter van haar kerk een r.k. kerk wordt gebouwd.
  • In Oude Pekela vindt op 17 dec. 1895 de oplevering plaats van de door aannemer Nicolaas Perquin uit het Zuidhollanse Berkel gebouwde St. Willibrorduskerk. De kerk wordt op 9 juni 1895 ingewijd door de aartsbisschop Henricus van de Wetering, bijgestaan door ca. 30 priesters.
  • De nieuw gebouwde St. Willibrorduskerk te Oude Pekela wordt op 9 juni 1896 plechtig geconsacreerd door monseigneur V.d. Wetering, aartsbisschop van Utrecht, bijgestaan door deken Ensing en een aantal geestelijken.
  • De oude r.k. kerk te Oude Pekela wordt in juli 1896 geamoveerd.
  • In de St. Willibrorduskerk te Oude Pekela heeft in 1953 de inwijding plaats van de nieuwe kruiswegstatie's. Zij zijn uitgevoerd in beeldhouwwerk door de heer H. ter Reegen uit Veendam in blank Slavonisch eikenhout met donkere eikenhouten omlijsting.
  • In 1994 zijn de kerk en pastorie door het ministerie van WVC op de top-honderdlijst van internationale monumenten geplaatst.

Externe link

De Sint Willibrorduskerk in Oude Pekela; klik hier


Eigen Gereedschappen