LIDO-theater

De geschiedenis van het LIDO-theater te Oude Pekela.

De geschiedenis van het LIDO-theater begint in 1947 toen de heer Bos, exploitant van hotel Dijkinga te Oude Pekela, de exploitatie van de grote zaal van dit hotel voor vijf jaar overdeed aan de heer Hollemans uit Veendam, directeur van het gelijknamige Theater Concern. De zaal werd, met goedkeuring van de Ned. Bioscoopbond, geheel verbouwd en gemoderniseerd en ingericht tot bioscoopzaal. Een lang gekoesterde wens, een bioscoopzaal in Oude Pekela, was in vervulling gegaan.

In verband met het feit dat de huurovereenkomst van dit toen al Lido genoemde theater in 1955 niet langer werd verlengd, bouwde het concern van de ‘bioscopen Hollemans’ een nieuwe bioscoop en wel op het terrein van dit concern, dat reeds enkele jaren geleden door Hollemans was aangekocht van de landbouwer J.H. Lubberman en was gelegen op de plaats waar voorheen de oude boerderij van de familie Lubberman had gestaan, nl. aan de Hendrik Westerstraat op de hoek met de Lubbermanswijk. Het terrein was gelegen in het centrum van Oude Pekela.

Met de bouw van de nieuwe Lido-bioscoop werd begonnen op 14 juli 1955 en reeds op 14 december van dat jaar werd het geopend. Het gebouw, een ontwerp van de architect J. Groof uit Stadskanaal, bood plaats aan 400-450 bezoekers. De eerste film die in de nieuwe bioscoop werd vertoond was The long Gray-line. De eerste jaren verliepen voorspoedig. In 1956 werd het theater, tot dan toe enkel in gebruik als bioscoop, voortaan ook als schouwburg gebruikt. Op 10 maart 1962 vond er een optreden plaats van de in die tijd landelijk populaire muziekgroep The Blue Diamonds.

Aangezien het theater omstreeks 1966 steeds meer te kampen kreeg met teruglopende bezoekersaantallen en daardoor in financiële problemen dreigde te komen, besloot de gemeenteraad van Oude Pekela voor het jaar 1967 geen vermakelijkheidsbelasting te heffen. Veel geholpen heeft dit echter niet. Al in 1968 besteedde burgemeester Van Burg van Oude Pekela bij de opening van het dorpshuis de Snikke in zijn toespraak aandacht aan de toekomst van het Lido-theater. Letterlijk zei hij: “Bij de totstandkoming van dit gebouw is het bestuur er terecht van uitgegaan dat een middelgrote concert- en toneelzaal niet meer nodig was omdat hier het Lido staat. Nu deze zaal met zijn voortreffelijke akoestiek en inrichting verloren dreigt te gaan voor Oude Pekela en Oost-Groningen, vraag ik mij af, of daar nu niets aan te doen is.” In november 1969 begonnen zich de verdere tekenen van neergang van het theater af te spelen. Deze neergang zou er uiteindelijk toe leiden dat het theater als bioscoopzaal zou worden gesloten. Het theater vormde voor de exploitant een steeds zwaarder drukkende last. Het bezoek liep snel terug en het aantal bioscoopbezoekers was te verwaarlozen. Oorzaak van deze teruggang was de opkomst van de televisie. Rond 1965-1970 hadden nog maar weinig mensen in Oude Pekela een televisietoestel. Maar daar kwam snel verandering in.

Nog in 1969 vonden in het theater verhitte discussies plaats over het vuilwaterprobleem in Oude Pekela.

Tot half oktober 1970 hadden in het theater nog films gedraaid. In december 1970 kreeg het LIDO-theater al een andere bestemming. Het theater werd aangekocht door de heer H.J. de Roos uit Hoogezand, werd aangepast tot een dancing, bar en disco en ging voortaan Lidoship heten. Maar ook de heer De Roos kon met deze bestemmingswijziging van het theater geen succes behalen. De heer De Roos vertrok en het theater kwam leeg te staan.

In december 1971 heeft het theater zijn poorten nog eens geopend. De nieuwe pachter van het gebouw was de bekende bar-dancinghouder Kip uit Oude Pekela, die het gebouw als petit restaurant/dancing De Wieke nieuw leven wilde gaan inblazen. Ook dit had geen succes en het gebouw kwam vervolgens opnieuw leeg te staan. Op 28 april 1976 werd het geheel door brand verwoest en kwam er een triest einde aan de geschiedenis van het Lido-theater.

lido-2.jpg lido-1.jpg LIDO-1967 LIDO-bioscoop advertentie uit 1967


Eigen Gereedschappen