Geschiedenis


Pekela is een typische veenkoloniale gemeente. De geschiedenis van de gemeente geeft dan ook een mooi voorbeeld van de verschillende ontwikkelingsfasen van de doorsnee veenkolonie. Maar er is ook een geschiedenis die teruggaat naar voor de periode dat het veen zich heeft gevormd. Bij het Hoetmansmeer zijn bij opgravingen vondsten gedaan die er op wijzen dat in de streek rond de Pekel A al zo'n 7000 jaar geleden sprake was van menselijke bewoning.

De moderne geschiedenis begint in 1599 als enkele Hollandse en Friese kooplieden de Pekelder Compagnie oprichten en enige veengronden langs de Pekel A (wat letterlijk 'zout water' betekent) in het Bourtangermoeras aankopen om dit te ontginnen voor de turfwinning. In de jaren daarna koopt de stad Groningen vrijwel alle gronden op en neemt de turfwinning ter hand.

De ontginning gaat van beneden naar boven, oftewel, deze begint aan de benedenloop van de Pekel A en gaat dan naar het zuiden. Hoe zuidelijker men komt hoe meer de Pekel A gekanaliseerd wordt. Uiteindelijk wordt dit het Pekelder Hoofddiep.

De stad Groningen bepaalt dat de streek niet alleen voor turfwinning mag dienen. De verveners zijn verplicht na het afgraven de gronden in te richten voor de landbouw. De stad stelt daarbij de stadsdrek als meststof beschikbaar. De gronden blijven in handen van de stad en worden uitgegeven in een aangepaste vorm van het beklemrecht. De huurders worden daarom stadsmeijers genoemd.

Het vervoer geschiedt grotendeels over het water. Dat stimuleert zowel de scheepsbouw, als de scheepsvaart. Pekela ontwikkelt zich met Veendam tot het centrum van de Veenkoloniale vaart.

In de landbouw zijn in eerste instantie rogge en haver de hoofdgewassen, maar de grond blijkt toch te arm. Vanaf 1870 wordt massaal overgeschakeld op de fabrieksaardappel. Dat stimuleert het ontstaan van verwerkende industrie. Daarbij ontstaat in Oude Pekela, dat dichter bij de graanschuur van het Oldambt ligt de kenmerkende strokartonindustrie.

Vanaf de zestiger jaren van de vorige eeuw begint de neergang. De landbouw stoot steeds meer personeel uit, de industrie wordt steeds verder gemechaniseerd. Bij de daardoor noodzakelijke reorganisaties komt het in Pekela meermalen tot felle stakingsacties waarbij de in Oude Pekela geboren voorman van de vroegere CPN Fré Meis een grote rol speelt. Hij kan de teloorgang van de industrie echter niet tegenhouden.

Indeling


De gemeente Pekela bestaat uit de volgende plaatsen: Alteveer (gedeeltelijk), Boven Pekela, Bronsveen, Hoetmansmeer, Nieuwe Pekela, Oude Pekela.

Tweede Wereldoorlog in Pekela (1940-1945)

burgemeester_van_weringstraat.jpg Op vrijdag 10 mei 1940 brak voor Nederland de Tweede Wereldoorlog uit en begon ook voor de Pekela's de Duitse bezetting. Op die 10e mei overviel het Duitse leger in alle vroegte het neutrale Nederland onverwacht. Het minder goed bewapende Nederlandse leger moest vechten tegen een zeer modern bewapend en goed geoefend Duits leger. De belangrijkste verdedigingswerken van Nederland waren in het midden en westen van ons land omdat daar de grote steden liggen. Aan de grens was een zwakke Nederlandse verdediging die de inval moest melden aan het legerhoofdkwartier in Den Haag en de bruggen moest opblazen. In Pekela was een kleine groep Nederlandse soldaten die de belangrijkste bruggen in onze dorpen zoals de Wedderklap en de Onstwedderbrug moesten opblazen en de andere bruggen opendraaien om daarmee de opmars van het Duitse leger te vertragen. Dat is gebeurd in de ochtend van de 10e mei en de huizen rondom deze bruggen hadden behoorlijk veel schade opgelopen door de explosies. Daarna zijn de Nederlandse soldaten richting het fort Kornwerderzand op de Afsluitdijk getrokken, veel Duitsers hebben zich die dag niet in Pekela vertoond. De hoofdmacht van het Duitse leger dat het Noorden van Nederland moest veroveren trok noordelijk van Winschoten en via Emmen richting Friesland.

Tijdens de Tweede Wereldoorlog hebben de Duitsers zich natuurlijk wel laten zien in Pekela. Tientallen Pekelder Joodse families werden weggevoerd om via kamp Westerbork in de Duitse vernietigingskampen terecht te komen waar ze werden vermoord. Ook werden later in de oorlog honderden Pekelder mannen naar Duitsland afgevoerd voor de verplichte arbeid in Duitse oorlogsfabrieken. Velen zijn bij bombardementen omgekomen maar de meesten kwamen na een lange (loop) tocht weer thuis na de Bevrijding.
Ook het Pekelder verzet, veelal afkomstig uit communistische en gereformeerd/hervormde kringen, heeft zwaar moeten lijden onder de Duitse bezetting.

Bijzonder waren de april/mei stakingen in 1943. Adolf Hitler, de leider van Duitsland, had besloten dat de Nederlandse mannen, die in mei 1940 in het Nederlandse leger hadden gediend, weer krijgsgevangen moesten worden. De reden was dat veel van deze mannen in het verzet gingen. De Nederlanders zagen dat besluit van Hitler niet zitten en er braken overal in het land stakingen uit. Ook in de Pekela’s werd gestaakt behalve op het gemeentehuis van Nieuwe Pekela waar de NSB (= Nationaal Socialistische Beweging) burgemeester Heeg de ambtenaren verboden had mee te doen. Een grote massa Pekelders stroomde naar het gemeentehuis. Men joeg de ambtenaren naar buiten en de burgemeester werd naar buiten gedragen en in het Pekelder Diep gegooid. Hij mocht er pas uit als hij “Oranje Boven” zou roepen wat hij natuurlijk deed. Daarna kwamen de Duitsers die wraak wilden nemen en Pekelders wilden doodschieten tegen het gemeentehuis. Dat kon burgemeester Heeg voorkomen maar tientallen Pekelders werden wel opgepakt en kwamen in het concentratiekamp Vught terecht waar enkelen bezweken aan de ontberingen.

Verder zijn er rond Pekela veel Geallieerde vliegtuigen neergestort en viel er een bom op een huis aan de Burgemeester van Weringstraat (zie foto) waardoor het huis werd verwoest en alle bewoners gedood. Op die lege plek is nu het 4 mei monument van Oude Pekela. Het is goed voor te stellen dat de Pekelders uitzagen naar de Bevrijding, na 5 lange oorlogsjaren.

De Bevrijders van de gemeente Pekela waren de Polen en de Belgen. De eersten kwamen na de invasie in juni 1944 aan land in het Franse Normandië. De Poolse divisie met de naam Jagers van Podhale was na de Duitse invasie van Polen in 1939 via Roemenië met een schip naar Frankrijk gevlucht en uiteindelijk in Engeland terecht gekomen waar men de kust van Schotland tegen een Duitse invasie moest beschermen. Het Belgische SAS regiment werd gevormd na de Bevrijding van België in 1944. Het Poolse leger bevrijdde in 1944, samen met het Amerikaanse, Engelse en Canadese leger, delen van Frankrijk, België en Zuid-Nederland. Na de koude hongerwinter van '44-'45 in Nederland gingen in maart 1945 de Engelsen en Canadezen over de Rijn bij Wesel (Duitsland). De Canadezen hadden de opdracht om Nederland te bevrijden. Op 8 april werd Coevorden bevrijd waarna de Canadezen optrokken naar Leeuwarden, Groningen en Wilhelmshaven (Duitsland). Hierdoor ontstond er een gat vanaf Coevorden richting de zee tussen ruwweg Veendam en de Eems.

De Canadezen vroegen het Poolse leger van generaal Mazcek en het Belgische SAS regiment om hulp om dat gat te dichten. In 48 uur trok de complete Poolse divisie van Breda naar Coevorden. Men kreeg de opdracht om Oost-Groningen en het Duitse Emsland tot aan de Dollard en Emden (D) te veroveren. Op 10 april werd Emmen bevrijd, een dag later Ter Apel en op 12 april stonden de Polen en Belgen in Onstwedde. De bevolking in Oost-Groningen kon het kanon gebulder iedere dag dichterbij horen komen en de stromen terugtrekkende Duitse soldaten door de Pekela's richting Winschoten en verder waren een voorbode van de Bevrijding.

De Duitsers wilden Winschoten verdedigen gezien de meeste noordelijke verbinding langs deze stad liep vanuit het Westen van Nederland naar Duitsland. Bij het Winschoter Zuiderveen (Gockinga’s wijk) en bij de Winschoter Hoogebrug lagen Duitse soldaten in stelling te wachten op de Polen en Belgen. Op 13 april naderden de Poolse tanks in de ochtend Blijham, stopten bij de Turfwegkruising en begon de Poolse artillerie Winschoten te beschieten. De Duitsers schoten terug met kanonnen vanuit Winschoten, Heiligerlee en vanaf de kustverdediging (Dollart Süd/Atlantik Wall). Hierbij werden ook vele boerderijen en burgerwoningen rond Pekela, Blijham en Winschoten in brand geschoten waarbij slachtoffers vielen. De buurtschap Winschoter Hoogebrug werd door de explosie van een Duitse munitiewagen door branden, op 2 huizen na, geheel verwoest. Het was duidelijk dat de omgeving van de Pekela's niet zonder slag of stoot zou worden bevrijd.

Op vrijdag 13 april werd Boven Pekela vanuit Stadskanaal door Poolse troepen bevrijd en Nieuwe Pekela vanuit Alteveer. Het verzet in Nieuwe Pekela had een afspraak gemaakt met de lokale NSB’ ers de macht over te nemen zodra de Duitsers weg waren tot de bevrijders zouden arriveren. Nadat de laatste Duitsers het dorp hadden verlaten stond het Pekelder verzet bij de opgeblazen Onstwedderbrug de Polen op te wachten. Omdat een Pools bataljon moest doortrekken naar Veendam werd van stropakken, pramen en planken een noodbrug gemaakt die “bridge no fire” heette omdat er niet bij gerookt mocht worden i.v.m. brandgevaar. Een ander Poolse bataljon maakte zich gereed om Oude Pekela de volgende dag binnen te trekken en maakte alleen aan het begin van de avond een verkenning tot Waarheidsbrug. In de namiddag van 13 april gingen Belgische verkenners over de Turfweg naar Oude Pekela en bezetten daar de kartonfabrieken Free en de Union. Daaruit begon men de Duitse verdediging bij de watertoren en houthandel Koerts te beschieten. De bevolking van Oude Pekela stond ’s avonds buiten reikhalzend op de Bevrijders te wachten en bijna huis aan huis hing de Nederlandse vlag. De Polen kwamen die avond nog niet en de Belgen trokken het dorp ook niet in omdat de Duitse tegenstand nog te groot was. Die nacht van de 13e op de 14e april kon bijna niemand slapen in Pekela gezien de zware artillerie beschietingen en omdat in het benedeneinde van Oude Pekela gevochten werd tussen Belgen en Duitsers. De Pekelder bevolking rond de watertoren tot aan de burgemeester Van Weringstraat vluchtte die avond nog naar het veiliger deel van het dorp. De Belgen reden ’s nachts met hun jeeps met groot licht heen en weer op de Turfweg om terugtrekkende Duitsers op te pakken die door de velden heen naar hun kameraden in Winschoten wilden gaan.

Zaterdag 14 april trokken Poolse troepen vanuit Nieuwe Pekela met tanks en jeeps Oude Pekela binnen. De Polen reden door naar de watertoren waar men met vuur uit alle wapenen de Duitsers verjoeg die richting de kazematten aan het Zuiderveen vluchtten. De frontlijn kwam nu tussen Oude Pekela en Winschoten te liggen. Het betekende dat ook Oude Pekela werkelijk bevrijd was en dat de vlaggen definitief uit konden. De grote Nederlandse vlag in de toren van de R.K. kerk in Oude Pekela was zelfs tot ver in de omtrek te zien, als een baken van de herwonnen vrijheid, ook in het nog bezette Winschoten en Westerlee. De avond en nacht van 14/15 april waren nog zeer onrustig. De Engelse luchtmacht bombardeerde aan het begin van de avond de Duitse stellingen bij Winschoter Hoogebrug en er waren nog steeds artillerie beschietingen tussen de Bevrijders en de Duitsers. Vele Pekelders hadden weer een slapeloze nacht maar men bevond zich nu wel in bevrijd gebied. In de nacht trok het Duitse leger zich terug uit Winschoten om zich te verplaatsen in de richting van Beerta en Nieuweschans. De Polen verlieten de Pekela's in een lange colonne op zondag 15 april toen men doortrok om Winschoten en noordelijker gelegen plaatsen te bevrijden. De Canadezen namen het militaire gezag hier van hun over. De Polen en Belgen bevonden zich bij het Duitse Wilhelmshafen toen bekend werd dat het Duitse leger 5 mei zou capituleren. Helaas konden de meeste Poolse soldaten na de oorlog niet terug naar hun vaderland omdat de nieuwe, door de Russen geinstalleerde, communistische regering in Polen dat niet toestond. Deze nieuwe Poolse regering zag in hen een instrument van de vooroorlogse Poolse democratisch gekozen (in de ogen van de communisten kapitalistische) regering van Sikorsky die in ballingschap in Londen verbleef. Pas na de ineenstorting van het communistische regime in 1989 kreeg dit moedige Poolse leger met een standbeeld in de Poolse hoofdstad Warschau de eer die men verdiende.

Op de avond van de 4e mei 1945 rond 20.00 uur kondigde de Engelse radiozender BBC en de Nederlandse Radio Herrijzend Nederland aan dat de Duitsers de volgende dag de wapens in geheel Noord-West Europa zouden neerleggen. In het hele land gingen honderdduizenden uitzinnige mensen de straat op om het naderende einde van de oorlog te vieren. In de invallende duisternis werden overal Nederlandse vlaggen uitgestoken, waar nog kerkklokken waren werden deze geluid en in Pekela loeiden alle fabriekssirenes.

Op 5 mei was de Tweede Wereldoorlog voor heel Nederland dan eindelijk afgelopen, de Duitsers ondertekenden de capitulatie in Hotel de Wereld te Wageningen in aanwezigheid van de Canadezen onder leiding van generaal Foulkes en Z.K.H. Prins Bernhard als opperbevelhebber van de Binnenlandse Strijdkrachten. Een ontroerde Koningin Wilhelmina, die noodgedwongen haar land 5 jaar eerder op 13 mei 1940, 4 dagen na het begin van de Duitse aanval, had moeten verlaten om Duitse gevangenschap te voorkomen, sprak in de avond van de 5e mei via de radio haar landgenoten toe: „Nederlanders ! Onze taal kent geen woorden voor hetgeen er op deze Ure der Bevrijding in ons aller hart omgaat. Verslagen is den vijand, van oost naar west, van noord naar zuid. Wij zijn weer baas aan eigen erf en haard !”

Op het oorlogsmonument op de Grebbeberg, waar in de meidagen van 1940 door het Nederlandse leger zo zwaar is gevochten, staat een spreuk van de dichter J.C. Bloem.: “In 5 dagen verloren wij onze vrijheid en het duurde 5 jaren eer wij deze hadden herwonnen”. Zolang wij beseffen hoe kostbaar en kwetsbaar onze vrijheid is en er pal voor willen blijven staan deze te behouden dan zijn al die miljoenen slachtoffers in de Tweede Wereldoorlog niet voor niets gevallen.


Eigen Gereedschappen