Bestuur en politiek

Bestuur

Periode tot 1811

In deze periode hielden verschillende instanties zich met bestuurlijke zaken van dit gebied bezig. De magistratuur van de stad Groningen bestuurde niet alleen deze stad, maar ook het Gorecht en de beide Oldambten; sinds 1619 eveneens het landschap Westerwolde. Omdat het gebied van de Groninger veenkoloniën grotendeels in het zogenaamde Wold-Oldambt lag, betekende dit dat de Stad Pekela bestuurde via de door haar aangestelde ambtman. Alle reglementen werden vastgesteld en goedgekeurd door ‘Borgemesteren ende Raedt’ van de Stad.

Op lokaal niveau functioneerden de door de Stad aangewezen Stadsveenmeester en de Volmacht die werd gekozen door de belastingbetalers van het kerspel. De eerste had het toezicht over de wegen en wateren, over de vervening en ontginning. Ook besliste hij in geschillen over scheidingen tussen landen en erven en was hij bijvoorbeeld ‘geauthoriseert’ om bij mensen die hun belasting niet op tijd betaalden, de zaak bij executie te laten verkopen (pant-halinge). Hij liet in zo’n geval de politie (rooroeden) zoveel bij de weigerachtige ‘roven’ dat deze bakzeil haalde of zoveel kwijtraakte, dat het verschuldigde bedrag in natura betaald was. Oude Pekela was onderverdeeld in een Oldambtster en een Westerwolds gedeelte. Het kerspel Nieuwe Pekela, feitelijk ontstaan in 1704, behoorde voor wat de westzijde van het kanaal betreft, tot de jurisdictie Oldambt. De stad Groningen had de meeste grond in Oude Pekela in eigendom en deze werden in pacht uitgegeven (stadsmeierrechten). In het kader van de herinrichting Oost-Groningen en de Drents-Groninger Veenkoloniën zijn de stadsrechten in de jaren 1988-1990 grotendeels afgekocht.

Het kerspel, een soort dorpsgemeenschap, bestaande uit kerspellieden die meestal om de twee jaar volmachten uit hun midden kozen, zorgde voor andere gemeenschappelijke zaken, zoals het heffen van belastingen, het afhoren van de rekening, de inkwartiering van troepen en waterstaatkundige aangelegenheden. Dit laatste meerdere malen in samenwerking met omliggende kerspelbesturen. Soms hadden zij een bepaalde taak, zoals het onderhoud van een weg en deze taak bleef dikwijls voortbestaan tot na de instelling van het gemeentebestuur. De kerspelvolmacht had de straatpolitie en het toezicht over de kluften en gilden. In de kluft regelde de kluftmeester het ‘mientewerk’, de arbeid die de inwoners belangeloos voor de gemeenschap moesten verrichten. Verder waren er gilden (wijken) die hulp verleenden bij nood, dood, versterf en andere handelingen, zoals de nachtwacht en de brandbestrijding.

Als derde plaatselijke bestuurslaag was er de kerk (de gemeenschap van de aanhangers der ‘gereformeerde’ religie). Tot haar taak behoorde het onderwijs, de armenzorg en de zaken die te maken hadden met de ‘burgerlijke stand’ (de predikant hield de doop-, trouw- en begraafregisters bij), niet alleen administratief, maar ook daadwerkelijk, zoals het voltrekken van huwelijken en de zorg voor de dodenakker (het kerkhof). Ook het afkondigen van publicaties vond plaats in de kerk. Bovendien hadden de predikanten het recht van verzegeling, dat wil zeggen dat zij een soort notariële functie hadden en notariële akten mochten opmaken. De kerk had dus duidelijk, naast de geestelijke, ook een wereldlijke functie. De stadsveenmeester was er ambtshalve kerkvoogd, wat nog eens de invloed van de Stad duidelijk maakt.

Volgens de regeling van 31 mei 1808 vormden Oude en Nieuwe Pekela één gemeente. In 1810 verdween het Koninkrijk Holland en werd ingelijfd bij het Franse Keizerrijk. Voor de gemeente bracht dit ook veranderingen met zich mee. Er vond niet alleen een bestuurswijziging, maar ook een grenswijziging plaats.

Periode na 1811.

Bij keizerlijk decreet van 21 oktober 1811 werd de nieuwe indeling van de gemeenten in het Departement Wester Ems van kracht. Oude en Nieuwe Pekela werden een zelfstandige gemeente.

Bij de Inlijving, toen ons land een deel werd van het Franse Keizerrijk van Napoleon (1810-1813), werden communes gevormd. Deze communes kregen een maire, twee adjunct maires en een aantal Municipale Raden (1811). Een duidelijk begin dus van de tegenwoordige indeling van burgemeester, wethouders en raad, zij het dat de commune nog weinig bevoegdheden had.

In 1812 werd de predikant het recht van zegelen ontnomen. Vanaf nu werd deze taak uitgeoefend door een notaris.

In 1825 werd een nieuw Reglement op het Bestuur ten plattelande ingevoerd, waarbij de benaming schout in burgemeester werd veranderd. Ook nu kreeg de bevolking geen invloed op de benoeming van de verschillende functionarissen. Toen in 1851 de nieuwe gemeentewet van kracht werd, konden de burgers meer invloed op het plaatselijk bestuur uitoefenen. In deze wet werd vastgesteld, dat het gemeentebestuur voortaan bestond uit een gemeenteraad, een college van burgemeester en wethouders en een burgemeester.

Bij wet van 14 september 1989 werd de gemeentelijke herindeling van de provincie Groningen een feit. Ingaande 1 januari 1990 werden de gemeenten Oude en Nieuwe Pekela samengevoegd tot één gemeente Pekela, met een inwonertal van 12.942.


Politiek

College van burgemeester en wethouders

Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Pekela bestaat uit Meindert Schollema (burgemeester), Jaap van Mannekes, Hennie Hemmes en Anneke Duit (wethouders). In Pekela wordt de coalitie gevormd door SVP, SP en GL.

Politieke Partijen

Raadsleden

Oud-burgemeesters

Oud-wethouders

Oud-raadsleden


Eigen Gereedschappen